Wat je niet kunt meenemen

Gepubliceerd op 20 september 2026 om 19:46

Ik ben niet zo goed in ontvangen.

Geven gaat me gemakkelijker af. Zorgen ook. Iets organiseren, vooruitdenken, een oplossing zoeken wanneer iets niet loopt zoals gedacht. Daar weet ik meestal wel raad mee.

Ontvangen is iets anders.

Een compliment en ik heb al snel de neiging om het wat kleiner te maken. Iemand die iets voor me wil doen en ergens verschijnt meteen de gedachte dat het echt niet nodig is. Zelfs een lege namiddag blijft zelden lang leeg. Voor ik het weet heb ik wel iets gevonden dat al een tijdje lag te wachten.

Blijkbaar kan zelfs rust iets worden waar ik mee aan de slag ga.

Misschien is het daarom dat een beeld uit een meditatie me is bijgebleven.

Ik reis naar de zon.

Niet figuurlijk een beetje richting het licht. Nee, meteen naar de zon. Bescheidenheid was blijkbaar niet het uitgangspunt van deze meditatie.

De zon is goud.

Ik word erin ondergedompeld en los er volledig in op. Daarna reis ik verder naar een ster, waar ik me oplaad aan diamanten.

Veel goud, veel licht, nog meer diamanten.

Op dat moment lijkt het allemaal logisch.

En toch zit daar voor mij het vreemde: ik hoef helemaal niets te doen. Niets te zoeken, niets te begrijpen, niets te veranderen. Het goud, het licht en de diamanten vragen niets van mij

Ik krijg.

 

En dan moet ik terug.

Terug naar de aarde dus. Daar ging mijn kosmische carrière.

Na zon, goud en sterren opnieuw richting aarde. Naar mijn lichaam, nat gras, hondenpoten en een keuken die zichzelf tijdens mijn afwezigheid helaas niet heeft opgeruimd.

Het contrast is behoorlijk groot.

En toch is het precies dat stuk van de reis dat is blijven hangen.

Niet het goud. Niet de diamanten.

De terugweg.

Ik kom terug met niets wat ik kan vasthouden. Geen goud in mijn zakken, geen diamant die bewijst waar ik geweest ben. Zelfs geen zinnige verklaring voor wat het allemaal betekende.

Gewoon terug naar hetzelfde leven.

 

Pas later begon ik me af te vragen of ik daar misschien iets te snel overheen was gegaan.

Want iets ontvangen zonder het meteen vast te pakken, blijkt voor mij helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Ik wil nogal snel weten wat iets betekent. Wat ik ermee moet. Waar het vandaan komt en liefst ook waar het naartoe gaat.

Dat doe ik met ideeën, met gevoelens, met dingen die me raken. Voor ze goed en wel zijn aangekomen, ben ik er soms al mee onderweg.

Misschien is geven daarom makkelijker.

Wie geeft, heeft iets te doen. Wie zorgt, kent zijn plek. Wie een oplossing zoekt, hoeft in elk geval niet werkloos toe te kijken.

Ontvangen vraagt iets waar ik minder bedreven in ben.

Niet onmiddellijk antwoorden.

Niet meteen teruggeven.

Niet van alles wat binnenkomt iets maken.

Het gewoon even laten landen.

Ik begin te vermoeden dat dit misschien ook iets met de taoïstische alchemie te maken heeft. Met lood dat goud wordt. Ik dacht vroeger dat het vooral over transformatie ging: het zware veranderen in iets lichters, iets zuiverders.

Maar misschien hoeft dat goud niet eens zo nodig gemaakt te worden.

Misschien is het er soms al, zonder veel vertoon.

In een zin die pas uren later blijkt te zijn blijven hangen. In een hond die zonder enige uitleg naast je komt liggen. In iets dat naar je toe komt op een moment dat je zelf even niets aan het regelen was.

Het moeilijke is dan niet om er te geraken.

Het moeilijke is om het binnen te laten zonder het meteen te grijpen.

Misschien is dat waarom ik met lege handen terugkwam.

Niet omdat er niets mee terugkwam.

Maar omdat je sommige dingen alleen kunt ontvangen als je je handen niet meteen weer sluit.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.